Thuis samenkomen
Op deze pagina: wat je vooraf bepaalt · wat vaak wordt vergeten · waar je het vastlegt
Thuis ruikt naar thuis. Dat kan troostend zijn, of confronterend. Vaak allebei.
Een zaaltje is neutraal terrein; thuis is het tegenovergestelde. Dat is de reden om het te doen en tegelijk de reden dat het meer vraagt.
Wat je vooraf regelt
Dit bepaal je vooraf, niet op de dag zelf
Ruimte
Past iedereen? Is er genoeg zitplek, of kan die geleend worden?
Hulp
Wie ontvangt bij de deur, wie schenkt in, wie ruimt af? Wijs het aan.
Eten en drinken
Zelf maken, laten brengen, of gasten vragen iets mee te nemen.
Grenzen
Tot hoe laat? Welke ruimtes open? Wanneer mag je je terugtrekken?
Drie dingen die vaak worden vergeten
De naaste hoeft niet de gastheer te zijn
Wie zelf het meest rouwt heeft die dag geen ruimte om in te schenken. Laat anderen die rol overnemen.
De spullen staan er nog
De stoel, de jas aan de kapstok, de foto’s. Dat kan troosten of te dichtbij zijn. Opruimen mag, laten staan ook.
Er is geen eindtijd
Geef zelf het signaal als het genoeg is: „We zijn dankbaar dat jullie er waren, we gaan afronden.” Dat begrijpt iedereen.
En als thuis niet kan
Bij iemand anders
Bij een kind, een vriend, een buurman. Het gaat om een plek met betekenis.
Een tuin of een schuur
In de zomer werkt buiten. Een schuur die is leeggehaald ook.
Een zaaltje achteraf
Van het buurtcafé of de vereniging. Klein genoeg om niet neutraal te voelen.
Waar je dit vastlegt
Deze pagina legt uit hoe het werkt. Wat je kunt kiezen staat op Het samenzijn na afloop, bij de kaarten Thuis en Een andere plek. Eén tik zet die keuze in je Wensenkluis, in je persoonlijke omgeving.
De uitleg op deze pagina is van Nomalie. Er staan geen feiten op deze pagina die iemand anders heeft vastgesteld.