Teksten en gedichten
Op deze pagina: wat je vertelt · je hoeft niet zelf te spreken · rechten op gedichten · waar je het vastlegt
Een toespraak hoeft niet compleet te zijn. Niemand kan een heel leven in woorden vatten.
Woorden bij een afscheid moeten iets vangen dat niet te vangen is. Het concrete werkt daarbij beter dan het abstracte.
Wat je in een toespraak vertelt
Niet „ze was altijd vrolijk”, maar wat ze deed
Herinneringen
Specifieke momenten. De reis, het gesprek, de vaste gewoontes.
Eigenaardigheden
De dingen die alleen deze persoon deed. Charmes en irritaties.
Wat je mist
Ook het kleine: de stem, de geur, het fluiten op de trap.
Wat blijft
Wat je meeneemt en wat doorgaat.
Je hoeft niet zelf te spreken
Laten voorlezen
Jouw woorden, iemand anders’ stem. De ceremonieleider of een vriend kan het doen.
Iemand naast je
Vraag iemand om naast je te staan voor het geval je niet verder kunt. Dat maakt het minder eng, niet meer.
Niet hardop
Een brief in de kist, een boek waar gasten in schrijven, kaartjes die worden verzameld.
Over rechten op teksten
Een gedicht mag niet zomaar
Op een rouwkaart of in een boekje geldt auteursrecht, ook bij een dichter die is overleden. Dat loopt tot zeventig jaar na overlijden.
Wat wel kan
Zelf schrijven, of iemand vragen iets op maat te maken. Op De rouwkaart en de aankondiging staat hoe dit precies zit.
Waar je dit vastlegt
Deze pagina legt uit hoe het werkt. Wat je kunt kiezen staat op Het laatste woord, bij de acht manieren om te beginnen, met zinnen die je letterlijk kunt overnemen. Eén tik zet die keuze in je Wensenkluis, in je persoonlijke omgeving.
De uitleg op deze pagina is van Nomalie. Er staan geen feiten op deze pagina die iemand anders heeft vastgesteld.